De 31 lidstaten van de IHRA hebben de Werkdefinitie van Holocaustontkenning en -verdraaiing aangenomen tijdens de plenaire vergadering van de IHRA in Toronto op 10 oktober 2013.

Deze werkdefinitie van Holocaustontkenning en -verdraaiing is ontwikkeld door de experts in het IHRA-comité dat zich bezighoudt met antisemitisme en Holocaustontkenning, in samenwerking met de regeringsvertegenwoordigers binnen de IHRA.

Om de IHRA bij haar werk te ondersteunen, heeft het comité voor antisemitisme en Holocaustontkenning van de IHRA een nota opgesteld over Holocaustontkenning en –verdraaiing. Het comité actualiseert de nota met behoud van eerdere versies.
 

Werkdefinitie van Holocaustontkenning en -verdraaiing

De huidige definitie is een uiting van het besef dat Holocaustontkenning en -verdraaiing op nationaal en internationaal niveau moeten worden bestreden en aan de kaak moet worden gesteld. Holocaustontkenning en –verdraaiing dient op mondiaal niveau te worden onderzocht. De IHRA neemt hierbij de volgende juridisch niet-bindende werkdefinitie aan als haar werkinstrument.

IHRA beschouwt Holocaustontkenning als het discours en propaganda die de historische realiteit en de omvang van de vernietiging van de Joden door de nazi's en hun handlangers tijdens de Tweede Wereldoorlog, bekend als de Holocaust of Sjoa, ontkennen. Holocaustontkenning verwijst specifiek naar elke poging om te beweren dat de Holocaust/Sjoa niet heeft plaatsgevonden.

Holocaustontkenning kan inhouden dat het bestaan en gebruik van de belangrijkste instrumenten voor het vermoorden van het Joodse volk (zoals gaskamers, massaexecuties, uithongering en marteling) of de opzettelijkheid van de genocide op het Joodse volk in het openbaar wordt ontkend of in twijfel wordt getrokken.

Holocaustontkenning in haar verschillende vormen is een uiting van antisemitisme. Ontkenning van de genocide op de Joden is een poging om de ideologie van het nationaalsocialisme en antisemitisme vrij te pleiten van schuld aan of verantwoordelijkheid voor de genocide op het Joodse volk. Vormen van Holocaustontkenning omvatten ook het beschuldigen van de Joden van overdrijving van de Holocaust of het gebruiken van de Sjoa voor politiek of financieel gewin, alsof de Sjoa het resultaat is van een samenzwering die door de Joden zelf zou zijn beraamd. Het doel hiervan is de Joden te beschuldigen en antisemitisme wederom legitiem te maken.

De doelstellingen van Holocaustontkenning zijn vaak het weer doen opleven van openlijke vormen van antisemitisme en het bevorderen van politieke ideologieën en voorwaarden die mogelijk maken dat dit soort gebeurtenissen – waarvan men het bestaan ontkent - wederom kan ontstaan.

Vervorming van de Holocaust verwijst onder meer naar:

  1. Bewuste inspanningen om de misdadigheid en gevolgen van de Holocaust of de belangrijkste elementen ervan te minimaliseren, met inbegrip van het vrijpleiten collaborateurs en bondgenoten van nazi-Duitsland;
  2. Grove minimalisering van het aantal slachtoffers van de Holocaust in tegenspraak met betrouwbare bronnen;
  3. Pogingen om de Joden de schuld te geven van het veroorzaken van genocide op hun eigen volk;
  4. Uitspraken die de Holocaust als een positieve historische gebeurtenis doen voorkomen. Deze uitspraken zijn geen Holocaustontkenning, maar zijn er nauw mee verbonden als een radicale vorm van antisemitisme. Zij kunnen suggereren dat de Holocaust niet ver genoeg ging in het bereiken van het doel van ’de definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk’;
  5. Pogingen om de schuld en verantwoordelijkheid voor de oprichting van door nazi-Duitsland bedachte en beheerde concentratie- en vernietigingskampen te vertroebelen en te verschuiven naar andere staten of etnische groepen.